Eddenouden.nl Contact Blog home
 
Digitaliseren modelspoor H0
 
 

Inleiding - Analoog versus digitaal

Zoals je in de inhoudsopgave reeds hebt kunnen lezen is de informatie in dit blog opgedeeld in 4 keuzes en 5 opties.

Keuzes:

Om digitaal te kunnen rijden moet je keuze 1 tm 4 in ieder geval maken, want dat heb je altijd minimaal nodig:

  1. Railsysteem
  2. Besturingsprotocol
  3. Een centrale
  4. Locomotief met een decoder

Opties:

Opties 5 tm 9 zijn, zoals de naam al doet vermoeden, optioneel. Het is aan jou of je de digitale sturing, desgewenst stapsgewijs, nu of in de toekomst nog verder door wil voeren met:

  1. Besturing met een PC of tablet
  2. Wissel- en ontkoppelsturing, seinen
  3. Terug- en bezetmelding
  4. Stroomblokken
  5. Aansturing van accessoires

 

Testbaan

Onderstaand baanplan heb ik gebruikt om de stap van analoog naar digitaal te maken. Ik weet ook wel dat het qua scenery niet echt een spannend en realistisch plan is. Daar ging het ook niet om. Het is ook geen permanent opgebouwde baan, maar een tijdelijke testopstelling. Waar het wel om gaat is dat alle basis railinfrastructuur er in zit en dat ik alle elektronica kan ontwerpen en testen:

  • 2 doorgaande sporen voor 4 passagierstreinen
  • Station met 4 perrons in 2 rijrichtingen
  • Rangeerruimte om de locomotieven van passagierstreinen van kop te laten wisselen
  • 2 ringen voor industrie- en rangeerverkeer
  • Rangeer-, opstel- en inhaalsporen industrie
  • 1 keerlus die je ook achterwaarts kunt rijden
  • Elke trein kan vanuit elke positie overal komen
     


De testbaan (klik voor PDF)

 

De testbaan kan, naar keuze, gestuurd worden door 4 centrales (niet tegelijkertijd natuurlijk):

  • Marklin Mobile Station 2, MM, MFX, DCC
  • Arduino met motor shield 2a, DCC++
  • Arduino met motor shield 10a, DCC++ EX
  • Arduino met CAN-shield en Trackbox, DCC, MM

De baan is qua besturingstechniek onderverdeeld in 4 secties:

  1. Station

    Het station heeft 5 wissels, 2 schakelrails en 4 stroomblokken. 4 passagierstreinen worden automatisch gestuurd: perron 1a en 2b rijden, perron 1b en 2a wachten en v.v.

    Het station kan vanaf de centrale gestart, gestopt en gepauzeerd worden. Dit deel wordt gestuurd door: DCC-decoder, 4-kanaals terugmelder, Arduino Uno, 8 relaiskanalen en een I2C display. Er zijn nog 2 van de 8 relais beschikbaar voor seinen.
     
  2. Industrie links

    Op dit deel liggen 14 elektrische wissels. Die worden vanuit de centrale bediend en gestuurd door: zelfbouw DCC-decoder, Arduino Mega, 32 relaiskanalen, I2C display.
     
  3. Industrie rechts

    Hier liggen 15 elektrische wissels. Die worden vanuit de centrale verder aangestuurd door: zelfbouw DCC-decoder, Arduino Mega, 32 relaiskanalen, I2C display.
     
  4. Ontkoppelen

    13 stuks ontkoppelrails worden via de centrale aangestuurd door: zelfbouw DCC-decoder, Arduino Uno, 16 relaiskanalen, I2C display.
     

Analoog

Bij analoge besturing zet je met een transformator een regelbare spanning op de rails. Dat kan gelijkstroom zijn, ook wel DC genoemd (bv Fleischmann), of AC oftewel wisselstroom (Märklin). Bij een kleine spanning rijdt de locomotief traag en bij een hogere spanning rijdt de trein sneller. Als je de baan in gescheiden stroomkringen verdeelt met elk een eigen transformator, dan kun je meerdere treinen onafhankelijk van elkaar besturen. AC- en DC-systemen zijn niet uitwisselbaar op een analoge baan.

 


Analoge Marklin transformator

 

Bij analoge besturing kun je ook een bovenleiding gebruiken om 2 treinen tegelijk, apart, te besturen; 1 via de rails en 1 via de bovenleiding.

Je kunt ook 2 of zelfs meer treinen laten rijden op dezelfde stroomkring, maar ze zullen dan gelijktijdig starten, rijden en stoppen als je de regelaar bedient.

 

Digitaal

Bij een digitale modelspoorbaan wordt er door de centrale een constante spanning op de gehele baan gezet van 12-18v. Soms duidt men dat aan als een wisselspanning (AC), maar dat is niet juist. Digitale modelspoorsystemen rijden met een gemoduleerde gelijkstroom (DC), maar dat is nog geen wisselstroom (AC).

De baan staat dus constant 'onder spanning'. In die spanning is een digitaal gemoduleerd signaal verwerkt. De decoders in bijvoorbeeld de locomotieven herkennen dit signaal en reageren elk op hun eigen nummer (adres) en de instructies die bij dat adres horen. Er kunnen dus meerdere locomotieven bestuurd worden die op dezelfde stroomkring rijden. Digitale locomotieven kunnen nu met brandende lichten en zelfs met geluid stilstaan op het spoor. In het analoge tijdperk was dit heel lastig te realiseren.

 


Marklin digitale centrale, Mobile Station 2

 

Ringleiding

Op een digitale modelbaan wordt vaak een zg. ringleiding toegepast. Dat is een bekabeling die vanaf de centrale de rijstroom naar meerdere plaatsen op de baan brengt. In elkaar geschoven rails geleidt, zeker over een langere afstand, eigenlijk helemaal niet zo goed. Daardoor kunnen stroom- en protocolverstoringen ontstaan. Een ringleiding voorkomt dat.

Een ringleiding kun je het beste maken van voldoende dik koperdraad, liefst met een massieve kern. Installatiedraad dat in 220v leidingen van woningen wordt gebruikt is erg geschikt (VD draad 1,5mm2). Deze dikke leiding loopt 3/4 rond onder de baan. Vanaf deze dikke bekabeling kun je op verschillende plaatsen de isolatie een klein stukje verwijderen en met dunnere draden (0,2 tot 0,3mm2, geschikt voor maximaal 2,5 ampère) de stroom naar de rails zelf verbinden. Solderen geeft de beste verbinding, maar (professionele) kroonsteentjes kunnen ook toegepast worden. Op de 2e bladzijde van onderstaande PDF staat hier een voorbeeld van:

 


Ringleiding (klik voor PDF)

 

Kabels en connectoren

De bedrading van een modelspoorbaan kan een behoorlijk project worden! Ieder doet dat weer op de eigen manier. Betrouwbare verbindingen en overzicht over het geheel zijn belangrijk! Het kan prettig zijn om een paar standaarden te kiezen, hoe jij het liefst werkt. Deze PDF geeft wat eerste tips voor zelfbouwers, maar wijk daar gerust vanaf:

 


Bekabelingtips (klik voor PDF)

 

 

Kernpunten analoog v. digitaal

1. Analoge banen hebben een andere besturing (regelbare transformator) dan digitale banen (centrale).

2. Een ringleiding voor baanstroom is aan te bevelen.

3. Netjes afgewerkte bekabeling en goede connectoren vertalen zich terug in betrouwbare werking en overzicht bij onderhoud, reparatie of uitbreiding.
 

 

 

Volgende pagina: 2-rail of 3-rail

 

 

Inhoudsopgave van dit blog

Home Startpagina van dit blog
   
Arduino Introductie Arduino technologie
   
Inleiding Analoog versus digitaal
   
Keuze 1 De baan, 2-rail of 3-rail
   
Keuze 2 Digitale protocollen voor besturing
   
Keuze 3 De centrale: verbinding baan en besturing
   
Keuze 4 Locdecoders
   
Optie 5 PC of tablet als centrale
   
Optie 6 Wissels, ontkoppelen en seinen
   
Optie 7 Terugmelding en bezetmelding
   
Optie 8 Stroomblokken
   
Optie 9 Accessoiresturing
   
Afsluiting Disclaimer en bronvermelding
   
Contact Verstuur feedback, stel een vraag